TBBS uTBBS, development site
Menu
Login
Register
Site Polls
Welcome to our site

Preview - Irreversibel

NOOT
Deze previews kunnen soms van werken zijn die nog wachten op correcties of inhoudelijke beoordelingen.
Wijzigingen en eventuele spelfouten voorbehouden!


Een paar noten voorafMoriquoOranyaPalestaBestel BoekTerug naar overzicht

Moriquo

Moriquo lag languit op het strand. Het was donker. Lunar, de grootste van de drie manen van Phantasar stond hoog aan de hemel. De kleinere manen, Mono en Lundi, waren niet te zien. Moriquo wist dat astrologen altijd grote betekenis hechtten aan de stand van de hemellichamen. De zon, de sterren, maar met name de stand van de drie manen. Het was een hete dag geweest en daarom was de koele zeewind die over hem heen blies zeer aangenaam. Hij probeerde te ontspannen, maar dat lukte voor geen meter. Het was ook niet niets waar hij Parletta mee belast had. Parletta was een jong meisje van honderdnegenenzeventig jaar oud. Zij was zo'n beetje zijn dochter in alles behalve in bloed. Dat alleen al maakte hem soms wel eens bezorgd. Hij was zelf een Elf van de eerste Generatie. Hij was het allereerste levende wezen in het bestaan van Phantasar. Hij was geschapen in de Tuin van de Schepping, maar toen hij daar ontwaakte bestond deze alleen maar uit een kale vlakte vol zwarte aarde, waar later veel planten op zouden groeien. Dat was nu al heel lang geleden. Moriquo kon het zich echter nog als de dag van gisteren herinneren. Hij was gezegend met de eeuwige jeugd. Parletta was van vele generaties later, wat bij Elfen onder elkaar ook wel de Derde Generatie werd genoemd, ondanks het feit dat er tussen Parletta en haar verre voorouder van de Eerste Generatie waarschijnlijk al ontelbare generaties hadden gezeten. Moriquo had Parletta een bezoek gebracht op de dag dat zij voor het eerst het licht mocht aanschouwen. Er was toen al meteen een klik. Toen kort daarna Parlettas vader bij een ongeval om het leven kwam, heeft Moriquo haar moeder vaak geholpen bij de opvoeding en zodoende kon hij uitgroeien tot een soort vader. Maar Parletta was geen kind meer. Over enkele deca's zou zij haar honderdtachtigste verjaardag vieren en voor de Elfenwet volwassen worden. En wat was Parletta mooi geworden. Ze had lang blond krullend haar en ze kon je altijd aankijken met een blik waar bijna ieder mannenhart van smolt. En ze had haar bouw ook nog mee. Iedere kunstenaar die naakte vrouwen in zijn werk uitbeeldde zou met haar als model het perfecte kunstwerk kunnen afleveren. Moriquo had zich vaak afgevraagd waarom de ene vrouw mooier was dan de andere. Natuurlijk waren alle vrouwen mooi, maar soms was er een exemplaar waarop de schepper zich met veel overvecta's had uitgesloofd tot hij echt van vermoeidheid in elkaar zakte, maar wel uitzonderlijk tevreden kon zijn over het resultaat, en naar Moriquos mening was Parletta zo'n exemplaar. Moriquo had, sinds zijn geliefde Amora was verslonden door monsters, maar door de hand van de Schepper weer was hersteld en herrezen als de godin van de Liefde en de Lust, weliswaar wel wat fysieke contacten gehad met vrouwen, maar echt veel behoefte leek hij er niet meer aan te hebben. Toch Parletta was zo mooi en lief, dat hij diep van binnen bang was dat als Parletta volledig volgroeid was hij wel eens kon gaan begeren. Het was eigenlijk niet belangrijk of Parletta zich wel of niet door hem wilde laten begeren. Een meisje begeren dat je van baby tot vrouw hebt zien opgroeien en aan wiens opvoeding je zo'n grote bijdrage hebt geleverd, dat hoorde gewoon niet. Het ergste was nog dat ze in opleiding was voor het priesterschap juist in de tempel van Amora. Zijn vrouw en dan ook nog eens de godin van de Liefde en de Lust. Ze zou Elfen die ongelukkig zijn in de liefde gaan begeleiden naar een nieuwe partner. Maar ze zou soms ook zelf wat liefde geven aan hen die dat nodig hadden. En dan alle vormen van liefde, ook de lichamelijke liefde. En daarom was haar rode priestergewaad weliswaar van haar schouder tot de grond reikend. Tegelijkertijd gaf het een klein inkijkje van wat haar volmaakte lichaam te bieden had en dat maakte het met de dag moeilijker geen gevoelens van begeerte te hebben.
Moriquo kwam overeind. Hij tuurde over de zee. Parletta bleef nu wel erg lang weg. Hij schatte de tijd nu op negentien vecta's en plusminus negenhonderd millo's. Dat was dus bijna middernacht. Eigenlijk was hij verschrikkelijk laf, zo vond hij zelf. Hij had dit eigenlijk zelf moeten doen. Maar Parletta was nu eenmaal beter in verstoppertje spelen dan hij en het verbaasde hem altijd hoe hard zij in haar lange gewaad kon lopen.
“Psst, heer Moriquo,” fluisterde iemand achter hem.
Moriquo schrok en draaide zich met een ruk om. Parletta stond achter hem. Ze was duidelijk moe, dat kon je aan haar ogen duidelijk zien. Toch straalde ze datgene uit wat Moriquo altijd in verlegenheid bracht. Ze had haar gewaad aan. De mouwen waren wijd, maar rond haar bovenlichaam zat het als een tweede huid om haar heen. Het was open zodat je nog net een stukje van haar borsten kon zien en de opening sloot zich net boven haar schaamstreek. De manier waarom het maanlicht op haar scheen, waardoor de schoonheid van haar lijf nog meer geaccentueerd werd hielp al helemaal niet.
“Is het gelukt,” vroeg Moriquo.
“Ja, hij zit in mijn draagzak te slapen,” zei Parletta. “Hij moet onmiddellijk aan de borst wat hij is echt uitgehongerd.”
“Hoewel er geen tijd te verliezen is, is hem voeden even een latere zorg,” zei Moriquo. “We moeten hier zo vlug mogelijk weg, voor iemand ons ziet en vooral voordat zij ons ziet!”
“Dan moeten we wel snel lopen,” zei Parletta. “Ik weet niet hoe lang hij nog te leven heeft, maar het zal me niet verbazen als hij bij aankomst al overleden blijkt te zijn. Hij ziet er echt slecht uit. Extreem vermagerd. Bijna verschrompeld. Als ik niet snel de hut moest verlaten had ik hem ter plekke geprobeerd te voeden. Hoe kan een moeder haar kind zoiets aandoen?”
“Die vraag is een latere zorg, Parletta,” zei Moriquo. “Ik zou ook graag willen weten hoe het zo ver kon komen, maar nu moeten we eerst zorgen dat we hem in mijn hut krijgen en voeden. Daarna zoeken wij het hoe en waarom wel uit.”
Parletta knikte instemmend en Moriquo keek naar de draagzak die ze droeg. Een baby lag hierin te slapen, of was hij gewoon versuft van de honger? Hij zag er echt heel ongezond uit. Snel begon Moriquo te rennen en Parletta volgde. Moriquo was Parletta's schoonheid nu totaal vergeten. Het beeld van het kind stond op zijn netvlies gebrand terwijl hij doorliep.
“Hoe? Zeg me hoe kon je dit laten gebeuren?” mompelde hij.
Powered by: TBBS
© Jeroen Petrus Broks 2010