TBBS uTBBS, development site
Menu
Login
Register
Site Polls
Welcome to our site

Preview - Irreversibel

NOOT
Deze previews kunnen soms van werken zijn die nog wachten op correcties of inhoudelijke beoordelingen.
Wijzigingen en eventuele spelfouten voorbehouden!


Een paar noten voorafMoriquoOranyaPalestaBestel BoekTerug naar overzicht

Oranya

Oranya lag in diepe slaap toen het gekraai van de haan haar oren bereikte. Het duurde even voordat het doordrong, maar uiteindelijk werd ze wel wakker. Ze draaide zich op haar rug en keek opzij. Het was wel vreemd, die lege plek in bed waar normaal gesproken Wilmus lag. Niet dat ze over hem inzat. Het was niet de eerste keer dat hij lang van huis was. Maar toch, het was altijd toch weer akelig stil als hij weg was. Ze kwam omhoog en probeerde haar vleugels te strekken. Dit was lastig. Oranya was een Befindo en de vleugelspanwijdte van een Befindo was nog al eens groter dan een gemiddelde slaapkamer. Ze stond op en liep naar de teil water die op een klein dressoir stond. Ze pakte de spons die ernaast lag en doopte die in het water. Ze stapte in een houten tobbe die op de vloer stond en kneep de spons boven haar hoofd uit en liet het koude water over haar blote lijf stromen. Zo begon ze altijd haar dag. Ze pakte een handdoek en droogde zich af en stapte naar een rekje waar ze de dag ervoor al een schone toga had neergelegd. Ze trok deze aan en liep naar buiten. Ze opende een deurtje waarachter een grote spiegel stond. Hier strekte haar vleugels eens goed, daar ze nu alle ruimte had. Ze greep met haar handen naar haar vleugels, vlak bij het punt waar deze in de rest van haar lichaam overgingen. Hier zaten een paar vetklieren. Met haar handen kneep ze deze allebei leeg en met het vet dat nu aan haar handen zat streek ze haar vleugels in. Dit was altijd het belangrijkste moment in de lichaamsverzorging van een Befindo. Het vet moest dienen om de vleugels schoon te houden, maar ook om ze regenbestendig te maken, zodat een Befindo bij nat weer nog altijd kon vliegen. Ook bij droog weer was het vet van groot belang. Het vormde ook de voornaamste bescherming tegen van alles wat de vleugels kon beschadigen wat bij het vliegen van groot belang was. Buiten dat was het ook een stukje ijdelheid. Je kon beter een gezicht vol wratten en puisten hebben en een uur in de wind naar poep en pies stinken dan dat je vleugels er onverzorgd uitzagen. Een lelijke meid met mooie vleugels vind sneller een man dan omgekeerd, luidde dan ook een bekend spreekwoord onder de Befindo's. Oranya keek tevreden naar haar vleugels. Daar kon ze vandaag in ieder geval niet meer op beticht worden.
“Mag ik de spiegel nu, mam?”
Oranya keek om. In de deuropening stond een meisje. Ze moest ongeveer een jaar of twaalf oud zijn. Ze had blond haar en droeg een lila toga.
“Zou je niet eerst een een paar schoenen of sandalen aantrekken, Aziëlla?” zei Oranya. “Je weet dat het grind buiten nogal scherp kan zijn en je moet wel je voeten mooi houden. Je vleugels zijn niet het enige goed dat belangrijk is.”
“Mijn voeten kunnen wel wat hebben, hoor.”
“Dat kan wel wezen, schatje, maar je bent tenslotte mijn oudste dochter,” zei Oranya. “Jouw naam kan wel eens generaties lang meegaan in het huis van Gandron en als de eerste met jouw naam moet je goed voor de dag komen.”
“Nah, wie zou zijn dochter nu naar mij vernoemen?”
“Je kunt anders nog ver komen. De koning heeft een zoon van jouw leeftijd dus misschien word je ooit nog eens koningin.”
“Koningin Aziëlla? Yuck, zo'n namencombinatie zou NIEMAND serieus nemen.”
“Hoe dan ook doe iets aan je voeten voordat je naar buiten gaat!”
“Oké, mam!”
Net tegenzin deed Aziëlla een paar slippers aan en liep naar buiten. Oranya pakte een emmer en vulde deze aan de pomp. Ze liep het huis weer binnen deed het water in een grote ketel en deed het vuur eronder aan. Terwijl het water werd verhit pakte ze een theepot en deed hier een speciale voor deze pot gemaakte zeef in en vulde deze met theebladeren. Daarna pakte ze een paar broden, legde hier wat gezouten schapenvlees en een stevige schapenkaas neer. Op dat moment kwam er een nette man binnen.
“Oh, mevrouw, laat mij dat maar doen, u doet nu mijn werk.”
“Oh, breng ik je in verveling, Derimon? Ik doe ook wel eens wat zelf.”
“Maar u bent de stichter van het huis van Gandron. Het tweede huis van Aeria. U staat boven dit soort klusjes.”
“Zoals je wilt,” zei Oranya. “Zijn de jongens al uit bed?”
“Jazeker, mevrouw. Ze vroegen mij al of juffrouw Aziëlla klaar was met haar vleugels zodat zij de hunne konden gaan doen.”
“Misschien moet ik eens kijken of er geld is voor een tweede spiegel buiten, zodat we een einde kunnen maken aan die conflicten daarover,” zuchtte Oranya.
Op dat moment kwam er een koerier aangevlogen.
“Zo meisje, je vleugels zien er mooi uit.”
Aziëlla draaide zich om.
“Eh, dank je,” zei ze verdwaasd.
“Ik heb een brief voor je broer is hij er?”
“Welke broer? Ik heb er zoveel.”
“Misschien dat hij mij bedoelt,” zei een jongen die naar buiten kwam.
“Ben jij Gryon, zoon van het huis van Gandron?”
“Dat ben ik,” zei hij.
“Dan is deze brief voor jou,” zei de koerier. “Is jullie moeder er ook?”
“Geef die brief maar aan mij, ik geef hem wel aan ma.”
“Dat is mij goed,” zei de koerier. “Ik moet er weer vandoor. Ik zie jullie later weer.”
Gryon ging naar binnen terwijl hij de rol die op zijn naam stond openrolde.
“Dat is goed nieuws,” zei hij. “Ik word toegelaten op de Koning Herondo academie.”
Oranya omhelsde haar zoon en kuste hem op beide wangen.
“Ik hoop dat je een groot soldaat mag worden, jongen,” zei ze.
Het was wel opvallend, want je zou nooit geloven dat Oranya de moeder was van Gryon. Als je gezegd had dat ze zijn jongere zus was had je het veel eerder geloofd. De Befindo's waren in principe onsterfelijk. Ze gingen niet dood aan ouderdom. Alleen onnatuurlijke doodsoorzaken, zoals een ongeluk of moord eiste soms het leven van een Befindo. Ze rolde haar eigen brief nu open.
“Ik had gehoopt dat ik nog een paar dagen langer met jullie had kunnen doorbrengen, jongens. De koning heeft mij helaas nodig.”
“Kan de koning zijn eigen boontjes niet eens doppen?” zei Aziëlla geïrriteerd terwijl ze aan tafel schoof.
“Een beetje meer respect voor Zijne Majesteit, juffrouw,” zei Derimon. “Het is wel onze koning.”
“En heeft constant het advies van ma nodig,” bromde Aziëlla.
“Dat is nu eenmaal mijn werk,” zei Oranya. “De koning regeert over een groot gebied, meisje. Dat kan hij nooit alleen en daarom heeft hij adviseurs in dienst waar ik er eentje van ben.”
“Hij heeft er nog meerderen? Waarom vraagt hij hen dan niet?”
“Dat zul je de koning zelf moeten vragen, meisje,” zei Oranya. “Ik zal mijn plicht gewoon moeten vervullen. Als je wat ouder bent zul je dat begrijpen.”
“Wat een onzin allemaal.”
“Onzin of niet, maar ik heb nu eenmaal mijn verplichtingen,” zei Oranya. “Kom jongens, laten snel gaan ontbijten.”
Powered by: TBBS
© Jeroen Petrus Broks 2010